likken
/ˈlɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met de tong aanrakenHet jongetje likte aan de lolly.Hij likte zijn lippen.
- (ov) glad maken en glanzend polijsten
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "lecken" van Oudnederlands "lekken", in de betekenis van ‘met de tong over iets heen gaan’ aangetroffen vanaf 901
Uitdrukkingen
- De wonden likken — Proberen de opgelopen schade of verwondingen te herstellen
- Iemand de hielen likken — Zeer onderdanig richting iemand anders zijn
- Van de kapittelstok likken — Ervan langs krijgen/ervan lusten, gekapitteld worden, op zijn plaats gezet worden
- lik-me-vessie, likmevestje
- om der wille van de smeer likt de kat de kandeleer
Vertalingen
Engelslick
Franslécher
Duitslecken
Spaanslamer, lamber
Deensslikke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek