likstok
mannelijk (de)/ˈlɪkstɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- houten spatel die in een kalkkalebas gestoken wordt en door iemand die betel kauwt gebruikt wordt om kalk van af te likken.
- snoepgoed op een stokje waaraan gelikt wordt.
- penis, lul.
- (leerbewerking) een spaan vervaardigd van zeer hard hout waarmee zolen effen gewreven worden zodat er geen hamerslag meer op te zien is.blz 779 Leerbewerking
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek