liquida
vrouwelijk (de)/ˈlikwida/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) benaming voor de medeklinkers 'l' en 'r'
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vloeiklank, l en r’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Vertalingen
Spaansconsonante líquida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek