lispelen
/ˈlɪspələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- zacht en door verkeerd uitgesproken sisklanken moeilijk verstaanbaar spreken"Nee hoor, dat mag ik niet van m'n moeder" lispelde ze.
Etymologie
*van het Middelnederlands "lispelen"; kan zo worden opgevat als (freqtt) lispen
Vertalingen
Engelslisp
Franszézayer, zozoter
Duitslispeln
Spaanscecear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek