lispelen

/ˈlɪspələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zacht en door verkeerd uitgesproken sisklanken moeilijk verstaanbaar spreken
    "Nee hoor, dat mag ik niet van m'n moeder" lispelde ze.

Etymologie

*van het Middelnederlands "lispelen"; kan zo worden opgevat als (freqtt) lispen

Vertalingen

Engelslisp
Franszézayer, zozoter
Duitslispeln
Spaanscecear