liter

mannelijk (de)/litər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde, eenheid (wiskunde) (eenheid) een inhoudsmaat voor voornamelijk vloeistoffen en gassen, gelijk aan 1.000 milliliter, gelijk aan 0,001 kiloliter, gelijk aan 0,001 kubieke meter, gelijk aan één kubieke decimeter, weergegeven met symbool l, L of ℓ
    Dit pak bevat twee liter melk.
    Er zou die dag namelijk pas na 32 kilometer water te vinden zijn, waardoor ik zeven liter water boven op mijn basisuitrusting mee moest sjouwen.
    Grote omgevallen boomstammen zaten klem tussen de rotsen en waren geheel kaal en afgestompt door de sterke stroming die miljoenen liters smeltwater per dag uit de bergen moest verwerken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inhoudsmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1802

Vertalingen

Engelsliter, litre