liturg

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die kennis heeft van de liturgie, de christelijke eredienst
  2. leider van de eredienst
    Prediker, liturg, pastor te zijn, het komt mij voor, dat een heerlijker werk aan een mensenkind niet kan worden toevertrouwd.

Etymologie

* verkorting van liturgie