loef

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) de kant waar de wind vandaan komt

Etymologie

* In de betekenis van ‘windzijde’ voor het eerst aangetroffen in 1612

Uitdrukkingen

  • iemand de loef afsteken
  • een schip de loef afsteken
  • de loef houden

Vertalingen

Engelsluff
Franslof
DuitsLuv