logaritme

mannelijk/vrouwelijk (de)/loɣaˈrɪtmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) de exponent van de macht waartoe een gegeven getal verheven moet worden om een ander getal te krijgen
    2log(8) = 3 is de logaritme met grondtal 2 van 8, want 23 = 8.

Etymologie

*Van het Nieuwlatijnse logarithmus, dat een samenstelling is (van het Oudgriekse λόγος) en αριθμός

Vertalingen

Engelslogarithm
Spaanslogaritmo