lood
onzijdig (het)/lot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82, het is een donkergrijs hoofdgroepmetaal met een hoog soortelijke gewichtMijn 18 kilo zware rugzak, bepakt met voedsel en water, voelde als lood op mijn rug.
- verkorting voor dieplood, peillood, duiklood enz
- (eenheid), (verouderd) een oude gewichtsmaat ter grootte van 1/32 van een traditioneel pond: 15 gram, na invoering metriek stelsel ook gebruikt voor 10 gram
Etymologie
*Uit Westgermaans *loudhom, mogelijk verwant aan Proto-Indo-Europees base *plou(d)- vloeien, maar afkomst niet zeker. Verwant aan Angelsaksich lēad, Eng. lead, Duit Lot (schietlood) Zweeds, Deens lod.
Vertalingen
Engelslead
Fransplomb
DuitsBlei
Spaansplomo
Italiaanspiombo
Portugeeschumbo
Russischсвинец
Turkskurşun
Poolsołów
Zweedsbly
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek