Loon
onzijdig (het)/loːn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) financiële vergoeding voor geleverde arbeid
- (figuurlijk) beloning
- (figuurlijk) straf
Etymologie
* In de betekenis van ‘vergoeding’ voor het eerst aangetroffen in 1080
Uitdrukkingen
- Loon naar werken (krijgen) — loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk
- Een arbeider is zijn loon waard — Stoett-109 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Het loon ( of het geld) verzoet de arbeid — Stoett-1429 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Ondank is 's werelds loon — voor de inspanning van mensen geen beloning krijgen maar alleen kritiek.
- Terecht voor iets gestraft worden
- Door eigen schuld schade oplopen (met de bijgedachte dat de schade op zijn plaats is)
Vertalingen
Engelswage, pay
Franssalaire
DuitsLohn
Spaanssueldo
Poolswynagrodzenie, pensja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek