loopgracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'lopɣrɑɣt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen zonder bloot te staan aan vijandelijk vuurDe soldaat maakte de granaat onder het oog van zijn overste klaar voor ontploffing en gooide hem daarna weg. Alleen verliep dat niet zoals gepland: het explosief belandde tegen een muur voor hen en kaatste terug.De officier reageerde gelukkig bliksemsnel en trok de soldaat met zich mee een loopgracht in. De Standaard 25/12/2011 door bpr [http://www.standaard.be/cnt/dmf20111225_031 VIDEO. Oefening granaatwerpen gaat de mist in]Getekend door vier jaar ellende in de loopgrachten, gaat hij op weg naar huis en op zoek naar zichzelf door een land in totale chaos. De Standaard 02 NOVEMBER 2010 Leo Bonte [http://www.standaard.be/cnt/0g31kr7v VRT wekt de Grote Oorlog tot leven]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek