loopmeisje
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jonge ongeschoolde vrouwelijke bediende die vooral boodschapjes doet voor haar baas of bazin tegenwoordig met een negatieve bijklank' "k Zal zuster Anne voor me sturen,' gaf de baas ten antwoord, bedoelende het loopmeisje van zijn vrouw, 'jij mag je beroemen je eerste ruiten te hebben ingezet; ga nu ook maar schaften.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek