loot
mannelijk/vrouwelijk (de)/lot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nieuw uitgelopen twijg
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "lote"/ "loet" van Oudnederlands """, in de betekenis van ‘boomscheut’ aangetroffen vanaf 891
Vertalingen
Engelsshoot, sprout
Franspousse, jeune pousse
DuitsSproß
Spaansbrote, retoño
Portugeesbroto, rebento
Zweedsskott, brodd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek