losmaken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
    We moeten eerst die knoop losmaken.
  2. ov (ov) minder vast laten zijn
    Jullie moeten je echt wat meer losmaken van elkaar.
  3. ov (ov) bemachtigen
    Ik heb dit mooie huis voor een koopje bij hem kunnen losmaken.
  4. ov (ov) interesses of emoties oproepen
    Dit gaat een hoop bij mij losmaken...
  5. ov (ov) zich ontdoen van
    Wie maakt me los?

Vertalingen

Engelsunfasten, untie
Fransdéfaire, détacher
Duitslosmachen, lösen, auflösen
Spaanssoltar, desatar, desabrochar