losrukken

/ˈlɔs.rʏ.kə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een ruk losmaken
    Hij heeft het stuk touw van de muur losgerukt.

Vertalingen

Engelstear loose
Fransarracher
Duitslosreiben
Spaansarrancar