lotto

/ˈlɔto/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een loterij met een inzet op één of meerdere getallen
  2. een spel met schijfjes op genummerde kaarten

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘loterij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824