loyalist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die trouw blijft aan zijn idealen
    Van Houwelingen was in vier kabinetten staatssecretaris van Defensie (van 1981 tot 1989). Hij diende onder premier Dries van Agt, waar hij zich opstelde als loyalist. Samen met een aantal andere Kamerleden steunde hij het eerste kabinet Van Agt niet voluit, maar toetste elk voorstel van het kabinet aan zijn principes. Daarna zat hij ook nog in twee kabinetten van premier Ruud Lubbers. Tubantia 17-03-13 [https://www.tubantia.nl/binnenland/cda-er-jan-van-houwelingen-overleden~a7c88eb5/ CDA'er Jan van Houwelingen overleden]
  2. trouwe aanhanger
    Trump benoemde ook de loyalisten Hope Hicks, Jason Miller en Dan Scavino in zijn publiciteitsteam. De Telegraaf 22 dec. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1299354/trump-stelt-spicer-voor-als-woordvoerder Trump stelt Spicer voor als woordvoerder]
  3. voorstanders van een Noord-Ierland als onderdeel van Groot-Brittannië
    In de jaren '70, tijdens de jaren van geweld in Noord-Ierland, werd hij diverse malen gearresteerd en vastgezet. In 1984 raakte hij zwaargewond door een aanslag door loyalisten, de voorstanders van een Noord-Ierland als onderdeel van Groot-Brittannië. De Telegraaf 30 apr. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/971779/sinn-fein-leider-gepakt-voor-moord Sinn Fein-leider gepakt voor moord]
  4. tijdens de Amerikaanse vrijheidsoorlog iemand die trouw aan Engeland bleef

Etymologie

* afleiding van loyaal