luchthaven

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luchtvaart (luchtvaart) een vliegveld voor verkeersvliegtuigen met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers
    Luchtvaartmaatschappijen gaan de schade op Schiphol verhalen van annuleringen die ze op verzoek van de luchthaven deden.
    Schiphol heeft een hub-and-spoke-systeem (naaf-met-spaken) als businessmodel. In de luchtvaart is een hub een centrale luchthaven waar reizigers naar toe worden vervoerd om over te stappen op andere vluchten, zo mogelijk van dezelfde maatschappij.

Vertalingen

Engelsairport
Fransaéroport
DuitsFlughafen, Flugplatz
Spaansaeropuerto
Italiaansaeroporto
Portugeesaeroporto
Russischаэропорт
Arabischمطار
Turkshavalimanı
Poolslotnisko
Deenslufthavn