lucifer

mannelijk (de)/ˈlysiˌfɛr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken
    De lucifer knakte, maar de jongen probeerde hem toch nog aan te ontvlammen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vlamhoutje’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelsmatch
Fransallumette
DuitsStreichholz
Spaanscerilla
Italiaansfiammifero
Portugeespalito de fósforo
Poolszapałka
Zweedständsticka
Deenstændstik