luister

mannelijk (de)/ˈlœystər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straling, schitteringen, flonkering
    De luister van de kerstmarkt is de trots van de stad Keulen.
    Meneer Wang heeft nadrukkelijk verklaard dat het in zijn intenties ligt het hotel in zijn oude luister te herstellen, waarbij de financiële armslag waarover hij naar het zich laat aanzien beschikt zeer zeker van pas zal komen.
  2. gekendheid, aanzien, roem
    De luister van de Harry Potter-sterren is ongeëvenaard.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘glans’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Vertalingen

Engelspomp, splendor
Spaanspompa