luizen

/ˈlœyzə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. luizen vangen
  2. ergens in lopen
  3. nog even blijven in bed blijven liggen tijdens het ontwaken
  4. jonge okselscheuten weghalen

Etymologie

*: "luis" met de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt