lunch

mannelijk (de)/lʏnʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een maaltijd rond of iets na het middaguur
    'Dertig jaar geleden zat het hier helemaal vol', zegt Claudette Bonin (60), serveerster van het Relais des Routier in Dordives. Nu zijn een paar tafels bezet voor de lunch.
    Zo wist ik precies wat ik moest inkopen voor ontbijt, lunch en avondeten en hoeveel wc-papier, wet-wipes en proteïnepoeder ik nodig zou hebben voor elk deel van de trail.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘maaltijd rond middaguur’ voor het eerst aangetroffen in 1855

Uitdrukkingen

  • eet ontbijt als een koning, lunch als een prins en dineer als een arme
  • ontbijt als een koning, lunch als een edelman en dineer als een bedelaar

Vertalingen

Engelslunch
DuitsMittagessen
Spaansalmuerzo, lunch, merienda