lust
Wat is de betekenis van lust?
lust betekent: (seksualiteit) seksueel verlangen, geilheid, wellust
Betekenis
- (seksualiteit) seksueel verlangen, geilheid, wellust
- behoefte of verlangen (zin om) iets te doen
- plezier, genot
Voorbeelden van "lust" in een zin
- Hij gaf toe aan zijn dierlijke lusten.
- Na die vermoeiende dag had hij geen enkele lust meer om dat te doen.
- De zaak was voor Arend zijn lust en zijn leven.
- Daar komt nog eens bij dat zijn werken een lust voor het oog zijn, zonder ooit zoetsappig te worden.
Betekenis en uitleg van lust
Lust verwijst naar een intense verlangen of genot, vaak in verband met zintuiglijke ervaringen zoals eten, drinken of liefde. Het is een krachtig gevoel dat ons aanzet tot actie en ons soms over de grens van het alledaagse duwt.
Dit woord wordt vaak gebruikt in de context van fysieke of emotionele verlangens, bijvoorbeeld als het gaat om seksuele aantrekkingskracht of het verlangen naar iets lekkers. Het heeft vaak een positieve connotatie, maar kan ook negatief worden opgevat wanneer het leidt tot overdaad of verslaving. In gesprekken over relaties of persoonlijke voorkeuren komt het woord vaak terug.
Voorbeelden
- Na een lange dag werken voelde hij een onweerstaanbare lust naar een lekkere maaltijd.
- De lust tussen de twee geliefden was duidelijk zichtbaar tijdens hun romantische avondwandeling.
- Haar passie voor kunst werd aangedreven door een diepgewortelde lust om te creëren.
Woordoorsprong
Het woord 'lust' komt van het Oudgermaanse 'lustu', dat verlangen of genot betekent. Het heeft verwantschap met woorden in andere Germaanse talen die vergelijkbare betekenissen dragen.
Veelgestelde vragen over lust
Wat is de betekenis van lust?
lust betekent: (seksualiteit) seksueel verlangen, geilheid, wellust
Hoeveel betekenissen heeft lust?
lust heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft lust?
lust is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je lust in een zin?
Voorbeeld: “Hij gaf toe aan zijn dierlijke lusten.”
Etymologie
*Lust betekent begeerte, hevig verlangen. Het woord verscheen omstreeks 1265-1270 in de Middelnederlandse taal, onder invloed van het Oudhoogduitse, Oudfriese en Oudengelse lust, het Oudsaksische lusta en het Gotische lustus. Het woord hangt samen met het Latijnse lascivus, "dartel", het Oudgriekse lilaiomai, "ik begeer", en Oudindisch lasati, "hij streeft
Uitdrukkingen
- De lust is mij (jou/hem/haar, ...) vergaan — Ergens geen zin meer in hebben
- Zijn lust botvieren — Een verlangen bevredigen
- Wel de lusten, niet de lasten — Alleen de aangename kant van iets willen ervaren