lustre

onzijdig (het)/ˈlʏstrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie (textielindustrie) dun, glanzend weefsel met een ketting van katoen of zijde en een inslag van wol, vooral geschikt voor zomerkleding
    Zijn kleding was ongewoon. Hij droeg hoge, stijve boorden en bij voorkeur een zwart lustre jasje, donkerrood fluwelen vest met metalen knopen en gestreepte broek, 's winters een lange pèlerinejas met een soort jagershoedje, 's zomers een grote strohoed.
zelfstandig naamwoord
  1. lichtbron bestaande uit meerdere kaarsen of andere lichtpunten die aan armen zijn bevestigd
    Het was al donker toen ik aankwam; in de eetkamer brandde een dertigtal kaarsen in een lustre en er volgde een diner en règle, dat ik op deze afgelegen plaats zeker niet had verwacht.

Etymologie

*[B] van "lustre"