Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

luva

vrouwelijk (de)/ˈlyva/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, militair, historisch (persoon) (militair) (historisch) lid van de Luchtmacht Vrouwenafdeling, de vrouwenafdeling van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht van 1955 tot 1982
    Luchtmacht-korporaal Angelique van der Vin (36) is hier zojuist gebeten door een vis, een groen-geel-rode papegaaivis, zo'n grote knoepert met van die gemene tandjes. De leuke luva uit Leiderdorp heeft een verband om haar gebeten vinger en is nu zo ongeveer wel de ernstigst gewonde onder de honderdtwintig Nederlandse soldaten die al weer vier jaar deel uitmaken van de vredesmacht MFO, de Multinational Force and Observers in de snikhete Egyptische Sinaï-woestijn.

Etymologie

*(metonymisch) van "Luva", geschreven met een kleine letter volgens