maîtresse

vrouwelijk (de)/mɛˈtrɛsə/

Wat is de betekenis van maîtresse?

maîtresse betekent: (maatschappij) vrouw die een amoureuze relatie heeft met een man die met een ander is getrouwd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) vrouw die een amoureuze relatie heeft met een man die met een ander is getrouwd

Voorbeelden van "maîtresse" in een zin

  • Hij hield er al enige tijd een maîtresse op na.

Betekenis en uitleg van maîtresse

Het woord 'maîtresse' verwijst vaak naar een vrouw die een romantische of seksuele relatie heeft met een man, terwijl hij al een andere partner heeft. Het kan ook gebruikt worden in een meer formele context, zoals bij een lerares of een vrouwelijke meester in een vakgebied.

Je gebruikt het woord 'maîtresse' meestal wanneer je het hebt over de relatie tussen een man en een vrouw die niet officieel zijn. Het heeft vaak een negatieve connotatie, omdat het impliceert dat er sprake is van ontrouw. In een andere context kan het ook een respectvolle term zijn voor een vrouwelijke docent of expert, vooral in kunst of literatuur.

Voorbeelden

  • De man had een maîtresse die hij geheim hield voor zijn vrouw.
  • Tijdens de les vertelde de maîtresse ons over de invloeden van de Franse literatuur.
  • In het verhaal speelde de maîtresse een cruciale rol in de ontwikkeling van de plot.

Woordoorsprong

Het woord 'maîtresse' komt uit het Frans en is de vrouwelijke vorm van 'maître', wat 'meester' betekent. Het heeft zijn weg gevonden in de Nederlandse taal via culturele en sociale contacten met Frankrijk.

Veelgestelde vragen over maîtresse

Wat is de betekenis van maîtresse?

maîtresse betekent: (maatschappij) vrouw die een amoureuze relatie heeft met een man die met een ander is getrouwd

Welk woordgeslacht heeft maîtresse?

maîtresse is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van maîtresse?

Synoniemen van maîtresse zijn: minnares.

Hoe gebruik je maîtresse in een zin?

Voorbeeld: “Hij hield er al enige tijd een maîtresse op na.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijzit’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Vertalingen

Engelsmistress
Fransmaitresse
DuitsMätresse
Spaansquerida
Italiaansamante
Russischлюбовница
Japans愛人, 情婦