maîtresse

vrouwelijk (de)/mɛˈtrɛsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) vrouw die een amoureuze relatie heeft met een man die met een ander is getrouwd
    Hij hield er al enige tijd een maîtresse op na.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijzit’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Vertalingen

Engelsmistress
Fransmaitresse
DuitsMätresse
Spaansquerida
Italiaansamante
Russischлюбовница
Japans愛人, 情婦