maaien
/ˈmajə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een werktuig het bovengrondse deel ergens van verwijderenHij heeft vanmorgen het gras gemaaid.Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.
Etymologie
* In de betekenis van ‘afsnijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsmow
Franstondre, faucher
Duitsmähen
Spaanssegar
Italiaansfalciare
Portugeesceifar, segar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek