maakkans

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kan om een contract te halen bij het bridgen
    Als west een doubleton harten heeft is er een maakkans met een singleton klaveren of over V-tweede in west.
    Wil het slem een maakkans hebben dan is het noodzakelijk dat west naast H tenminste over een driekaart ruiten beschikt.