maalstroom

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een draaiende stroom
  2. drukke onrustige en daardoor misschien ook gevaarlijke en angstaanjagende zaken
    Wij leven in een welvarend en aantrekkelijk land, ook in vergelijking met andere landen, en beschikken over goede voorzieningen, een goede infrastructuur en een sterke rechtsstaat. We hebben heel veel om trots op te zijn en op verder te bouwen. Tegelijkertijd zijn in de maalstroom van alledag onrust en onbehagen kenmerken van deze tijd. Troonrede 2016

Etymologie

* In de betekenis van ‘ronddraaiende stroming’ voor het eerst aangetroffen in 1595