maandelijks

/ˈman.də.ləks/

Wat is de betekenis van maandelijks?

maandelijks betekent: iedere maand een keer

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. iedere maand een keer
bijwoord
  1. iedere maand een keer

Voorbeelden van "maandelijks" in een zin

  • Dit is een maandelijkse bijdrage.
  • Wij gaan maandelijks vissen.

Etymologie

afgeleid van maand met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e-

Vertalingen

Engelsmonthly
Fransmensuel
papmensual
Spaansmensual