maandelijks
/ˈman.də.ləks/
Wat is de betekenis van maandelijks?
maandelijks betekent: iedere maand een keer
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- iedere maand een keer
bijwoord
- iedere maand een keer
Voorbeelden van "maandelijks" in een zin
- Dit is een maandelijkse bijdrage.
- Wij gaan maandelijks vissen.
Etymologie
afgeleid van maand met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e-
Vertalingen
Engelsmonthly
Fransmensuel
papmensual
Spaansmensual
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek