maandkaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaart de aantoont dat men een geldig abonnement voor een maand heeft
    Opmerkelijke beoordeling kreeg de in Amsterdam ingevoerde ov-chipkaart. Omdat de kaart elders in het land gebruikt kan worden, prezen de onderzoekers de kaart als voorbeeld voor andere steden. In Praag is het openbaar vervoer het goedkoopst. Een maandkaart kost hier slechts twintig euro. Londen bleek de duurste stad. De Standaard 02/03/2010 door bvb
    Relatief gezien stijgen de prijzen van zwemles het meest. Het tarief voor een maandkaart voor jeugdigen (tien lessen) bedraagt momenteel 20,55 euro. Dat wordt twee jaar achtereen met 5 euro verhoogd tot 30 euro, een prijsstijging van 50 procent. Tubantia 29-08-2008