maandnaam
mannelijk (de)/ˈmantnam/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) (taalkunde) woord om precies een van de twaalf perioden waarin het jaar verdeeld is aan te duidenIn sommige culturen kan een jaar in een ander aantal maanden zijn ingedeeld.Alle namen voor maanden en seizoenen zijn oud. Het jongste is de maandnaam ramadan (1603), die we in Indonesië hebben leren kennen; pas in 1824 wordt deze naam in de woordenboeken opgenomen, tot die tijd zal het woord slechts in beperkte kring bekend zijn geweest.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek