maanvissen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) een familie van vissen uit de orde van kogelvisachtigen (). Bij deze opvallende vissen zijn de rug- en aarsvin ver naar achteren geplaatst, waardoor de vissen "half-af" lijken te zijn. Het zijn de grootste beenachtige vissen, waarvan tot 3,3 meter lang kan worden
Etymologie
* "maanvis" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek