maar
Wat is de betekenis van maar?
maar betekent: nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
Betekenis
- nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
- bezwaar, tegenwerping
- (aardrijkskunde) mare (ketelvormige verzakking in niet-vulkanisch gesteente)
- slechts
- bij gebrek aan beter, niet wetend wat anders te doen
Voorbeelden van "maar" in een zin
- Het is zonnig vandaag, maar de wind maakt het kil.
- De maar van jouw voorstel is dat ik het moet betalen.
- Zij gaven na veel mitsen en maren toch toestemming.
- Ik heb maar drie euro op zak.
- Ik heb maar gezegd dat ik het opnieuw zou proberen.
Betekenis en uitleg van maar
Het woord 'maar' gebruik je om een tegenstelling aan te geven. Het laat zien dat er iets anders of tegenstrijdigs is dat naast de eerder genoemde informatie komt.
Je gebruikt 'maar' vaak om een nuance aan te brengen in je uitspraken. Het kan bijvoorbeeld een verandering in mening aanduiden of een beperking toevoegen. In gesprekken helpt het om een complexere gedachte uit te drukken, waardoor je duidelijker kunt communiceren.
Voorbeelden
- Ik vind het boek interessant, maar het is wel erg lang.
- Ze is heel goed in wiskunde, maar geschiedenis ligt haar minder goed.
- Het weer is prachtig vandaag, maar morgen wordt het weer slecht.
Veelgestelde vragen over maar
Wat is de betekenis van maar?
maar betekent: nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
Hoeveel betekenissen heeft maar?
maar heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft maar?
maar is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van maar?
Synoniemen van maar zijn: echter, dochNederlands.
Hoe gebruik je maar in een zin?
Voorbeeld: “Het is zonnig vandaag, maar de wind maakt het kil.”
Etymologie
:: nǣre, : nur, (: niwāri), : mar (Oudfries: mar, mer, newēre)
Uitdrukkingen
- Gewogen maar te licht bevonden. — gekeurd en afgekeurd worden
- Het maar een weet zijn of Het is maar een weet — als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer
- Hij heeft de klok wel horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt — hij heeft iets gehoord, trekt conclusies, maar kent niet het totaalplaatje
- Laten we het daar maar op houden.
- Niet om de knikkers, maar om het spel. — het gaat niet om het winnen, maar om het spel
- Veel geschreeuw maar weinig wol. — veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht
- een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
- geen woorden, maar daden.