maat
Wat is de betekenis van maat?
maat betekent: (m) kameraad, makker, metgezel, vriend
Betekenis
- (m) kameraad, makker, metgezel, vriend
- (m) (kaartspel) partner
- (f)/(m) (gestandaardiseerde) eenheid van lengte, oppervlakte of inhoud
- (f)/(m) juiste afmeting, geschikt formaat
- (f)/(m) (kleding) aanduiding van de grootte van een kledingstuk of schoen: een maatje te groot
- (f)/(m) (muziek) manier om een muziekstuk in te delen
- (figuurlijk) in een bepaald regelmatig tempo; met een bepaalde snelheid
Voorbeelden van "maat" in een zin
- Zij maakte er wandelingen met een van mijn collega- psychologen van de praktijk waar ik destijds maat was.
- Hij wilde met zijn maten naar de kroeg, maar zijn vriendin was daar niet zo blij mee.
- In feite is dit misschien een pervers gevolg van de aankondiging van de wapenstilstand. Ze hadden zo veel te verduren gehad dat ze bij de gedachte dat de oorlog zo zou eindigen, met zo veel maten dood en zo veel vijanden in leven, bijna niet konden wachten om een bloedbad aan te richten en er eens en voor al een eind aan te maken. Ze zouden iedereen afslachten. {{Aut|Lemaitre, Pierre
- Hij speelde de slag naar zijn maat toe.
- Om de juiste maat af te meten, gebruik je best een maatbeker.
Betekenis en uitleg van maat
Het woord 'maat' verwijst naar een bepaalde hoeveelheid of afmeting van iets. Het kan ook gebruikt worden om de relatie tussen mensen aan te duiden, zoals in het woord 'maatje', wat vriend of kameraad betekent.
Je gebruikt het woord 'maat' vaak in contexten waar je het hebt over maten, zoals in de kledingindustrie of bij het koken. Daarnaast komt het voor in sociale situaties, bijvoorbeeld als je spreekt over je vrienden of metgezellen. Het woord heeft daardoor een veelzijdige toepassing, zowel praktisch als sociaal.
Voorbeelden
- Deze maat is perfect voor de jurk die ik wil maken.
- Hij is niet alleen mijn collega, maar ook een goede maat.
- Bij het bakken van een cake is het belangrijk om de juiste maat van de ingrediënten te gebruiken.
Woordoorsprong
Het woord 'maat' komt van het Oudnederlandse 'maet', wat 'maat, hoeveelheid' betekent. Dit is verwant aan het Duitse 'Maß' en het Engelse 'measure'.
Veelgestelde vragen over maat
Wat is de betekenis van maat?
maat betekent: (m) kameraad, makker, metgezel, vriend
Hoeveel betekenissen heeft maat?
maat heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je maat in een zin?
Voorbeeld: “Zij maakte er wandelingen met een van mijn collega- psychologen van de praktijk waar ik destijds maat was.”
Etymologie
* [6] Leenvertaling van Frans "mesure". In de betekenis van ‘indeling in de muziek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644
Uitdrukkingen
- Jan Rap en zijn maat — Iedereen, ook mensen die minder in aanmerking komen
- De maat is vol. — Dit is niet langer aanvaardbaar
- Geen maat houden — Overdrijven, doorschieten in iets
- Met wat mate gij meet, zal u gemeten worden.[https://www.statenvertaling.net/bijbel/marc/4.html Marcus 4:24 auteur=Statenvertaling Jongbloed, 1888] — De manier waarop je anderen behandelt, bepaalt hoe je zelf behandeld zult worden
- Met twee/meer maten meten — Vergelijkbare gevallen niet beoordelen aan de hand van dezelfde standaarden, waardoor er geen eerlijk beeld wordt gegeven
- Met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden.[https://statenvertaling.nl/tekst.php?bb=40&hf=7&ind=1#startg Matteüs 7:2 Statenvertaling Gereformeerde Bijbelstichting, 2004] — De manier waarop je anderen behandelt, bepaalt hoe je zelf behandeld zult worden
- Onder de maat — Niet goed genoeg
- Iemand de maat nemen — Iemand onterecht een bepaalde norm voorschrijven, terwijl men zelf niet in de positie is om dat te doen