macaroni
mannelijk (de)/makaˈroni/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gebogen pijpjes van deeg
- (voeding) gerecht op basis van gebogen pijpjes van deeg
- (geschiedenis) tussen 1650 en 1850 welgestelde jongeman die als onderdeel van zijn opvoeding een reis door Europa maakte vooral gericht op overblijfselen van de klassieke Oudheid; ook gebruikt benaming van hun stijl
- (geschiedenis) (pejoratief) (eerste helft 20e eeuw) Italiaan
Etymologie
*[4] naar het voedsel dat voor hun kenmerkend werd geacht
Vertalingen
Engelsmacaroni
Spaansmacarrón, macarrones
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek