macht
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑxt/
Wat is de betekenis van macht?
macht betekent: het vermogen om elders de eigen wil op te leggen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vermogen om elders de eigen wil op te leggen
- (geopolitiek), (metonymisch) een staat die zijn invloed doet gelden
Voorbeelden van "macht" in een zin
- De macht van de grote banken is in het Amerikaanse Congres goed te voelen.
- Leren geeft kennis, kennis geeft macht, macht om onafhankelijk te blijven.
- Volwassenen denken dat ze macht bezitten, maar eigenlijk bezit de macht hen.
- Van een wonderbaarlijk wereldrijkje zijn we vervallen tot een economisch machtje zonder inspraak in de wereldpolitiek.
Etymologie
*[3]: verbastering van maag, verwijzend naar maagschap: met alle (leen)mannen en hun aanverwanten
Uitdrukkingen
- Bij machte zijn [om] — Iets kunnen, tot iets in staat zijn
- Eendracht maakt macht — Wanneer mensen goed samenwerken, kunnen ze op die manier veel bereiken
- Kennis is macht — Wie veel weet, kan daarmee veel invloed uitoefenen
- Met man en macht [iets doen] — Gezamenlijk en/of met alle beschikbare middelen hard aan iets werken/ iets gedaan proberen te krijgen
- Uit alle macht — Met inzet van alle voorhanden zijnde middelen
Vertalingen
Engelspower
Spaanspoder, poderío, potencia
Russischвласть, держава
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek