machtigen
/ˈmɑxtəɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (juridisch) aan iemand anders het recht overdragen in je naam te handelen
Etymologie
*Afgeleid van machtig
Vertalingen
Engelsauthorize
Spaansapoderar, autorizar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*Afgeleid van machtig