machtswil

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het graag willen regeren
    In dit web van materieel gewin, machtswil en hartstocht lijkt topambtenaar Jana Nagyova, kabinetschef van premier Petr Necas, de spin te zijn geweest. NRC Hubert Smeets 15 juni 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/06/15/strijd-om-geld-macht-en-liefde-in-corrupt-tsjechie-1260492-a59329 Strijd om geld, macht en liefde in corrupt Tsjechië]
    In elk democratische staat die met zo’n schuldencrisis kampt, zou enge partijpolitieke machtswil ondergeschikt moeten zijn aan het nationale belang. Hoe moeilijk het ook is voor politici om zich zo tegennatuurlijk te gedragen. NRC 16 juni 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/06/16/dubbele-crisis-in-griekenland-12021198-a837049 Dubbele crisis in Griekenland]
    In het huidige kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging telt elke stem, waardoor de Kamer idealiter een getrouwe afspiegeling is van de verscheidenheid aan opvattingen in de natie. Het evenredigheidsstelsel dwingt tot redelijkheid en matiging van de machtswil en legt druk op de regerende meerderheid rekening te houden met minderheden. NRC Marcel ten Hooven 10 juli 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/07/10/een-democratisch-wapen-tegen-wilders-sekte-12340335-a491286 Een democratisch wapen tegen Wilders' sekte]