macromolecule

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, scheikunde (natuurkunde) (scheikunde) een molecuul met een relatief hoge moleculaire massa. (algemeen gezien bestaande uit meer dan 1000 atomen)

Etymologie

*afgeleid van molecule

Vertalingen

Engelsmacromolecule
Fransmarcromolécule
DuitsMakromoleküle
Spaansmacromolécula