maculatuur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- perkament of papier dat alleen nog gebruikt kon worden als verpakkingsmateriaal omdat het bedrukt of beschreven was
- misdruk
- niet-verkochte en door een nieuwe druk in waarde verminderde drukwerken
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘misdruk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Spaansmaculatura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek