madrigaal
onzijdig (het)/ˌmadriˈɣal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) meerstemmig niet-religieus (wereldlijk) zangstuk uit de 14e tot en met de 17e eeuwHet Italiaanse madrigaal, dat in het decennium 1520-1530 in Florence ontstond, geraakte al spoedig tot een opmerkelijke bloei.[https://books.google.nl/books?id=nbJFc77yvxEC&pg=PA190&lpg=PA190&dq=%22madrigaal+dat%22&source=bl&ots=0iZ1b_XAOT&sig=jIq1fgovshAjNoH9PEMqtHnElS4&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiC5uq6iqfcAhUO_qQKHZDbAtAQ6AEIXDAGv=onepage&q=%22madrigaal%20dat%22&f=false Een muziekgeschiedenis der Nederlanden], 2001, p. 190
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘liedvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Spaansmadrigal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek