Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mafklapper

mannelijk (de)/หˆmษ‘fklษ‘pษ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, pejoratief (persoon) (pejoratief) iemand die zich dwaas gedraagt
    Daar zag hij hoe criminaliteit overgedragen kan worden van ouder op kind. Hij hoorde een vader van een vriendje eens zeggen: โ€žMafklapper, je gaat toch niet werken voor de overheid? Ben je gek ofzo? Je moet gewoon drugs gaan dealen, net als ik.โ€
    De op datzelfde moment barende vrouw van de dorpsgek zag haar man op de televisie zijn ridicule complotje de Kamer in blaten en huilde tegen haar geboortecoach: โ€žEn van deze mafklapper krijg ik dus een kind!โ€

Etymologie

*samengesteld afgeleid uit "maf" en "klappen" (3) , vermoedelijk naar het voorbeeld van mafketel en mafkikker