magie

vrouwelijk (de)/maˈɣi/

Wat is de betekenis van magie?

magie betekent: toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlijke machten in te roepen.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlijke machten in te roepen.
  2. een heel bijzonder iets

Voorbeelden van "magie" in een zin

  • Dit keer rookte ik twee dikke joints achter elkaar in de hoop eindelijk te ontdekken waar de magie zat.

Betekenis en uitleg van magie

Magie is een fascinerend fenomeen dat vaak wordt geassocieerd met het onverklaarbare of het bovennatuurlijke. Het roept beelden op van tovenaars, spreuken en wonderbaarlijke gebeurtenissen die ons de adem benemen.

Het woord 'magie' wordt vaak gebruikt in de context van verhalen, films en folklore, waar het een belangrijke rol speelt in het creëren van fantasiewerelden. Daarnaast kan magie ook verwijzen naar de kunst van het illusionisme, waarbij goochelaars ons verblinden met hun trucs. Het heeft ook een emotionele lading, vooral wanneer mensen het gebruiken om bijzondere momenten of gevoelens te beschrijven die ons raken.

Voorbeelden

  • De magie van een zonsondergang kan je werkelijk stil maken.
  • Tijdens het festival kwam de goochelaar op met zijn trucs die de magie van het moment creëerden.
  • Ze voelde een vreemde magie in de lucht toen ze de oude stad betrad.

Woordoorsprong

Het woord 'magie' komt van het Griekse 'magia', dat verwijst naar de mysterieuze en verbazingwekkende kunsten van de magiërs.

Veelgestelde vragen over magie

Wat is de betekenis van magie?

magie betekent: toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlijke machten in te roepen.

Hoeveel betekenissen heeft magie?

magie heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft magie?

magie is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van magie?

Synoniemen van magie zijn: toverkunst, tovenarij, toverij.

Hoe gebruik je magie in een zin?

Voorbeeld: “Dit keer rookte ik twee dikke joints achter elkaar in de hoop eindelijk te ontdekken waar de magie zat.

Etymologie

*van "magique", in de betekenis van ‘toverkunst’ aangetroffen vanaf 1650

Vertalingen

Engelsmagic
Fransmagique
DuitsMagie, Zauberei
Spaansmagia