magot

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van magot?

magot betekent: Barbarijse apensoort levend o.a. op de rots van Gilbraltar

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Barbarijse apensoort levend o.a. op de rots van Gilbraltar
  2. Turkse spaarpot

Voorbeelden van "magot" in een zin

  • “De kamer waarin ik mij bevond leverde een schouwspel op van de weelderigste pracht, met de grootste achteloosheid gepaard. Overvloed van zwierige meubelen vervulde haar, welke allen het onhuiselijk aanzien hadden van splinternieuw te zijn. Een allersierlijkst pronktafeltje stond beladen met allerlei aardigheden en mooie beuzelingen, reukflesschen, handvuurschermen, magots, kinkhorens, sigaarbusjes en kostbare plaatwerken. Een zilveren pendule met een paar vazen van hetzelfde metaal rusten op een schoorsteenmantel van cararisch marmer, en op een trumeau onder een reusachtige spiegel daartegenover, zag men een groep van de schitterendste opgezette vogels met spitse bekken en lange staarten, die ooit levend of dood geschitterd hebben. Een marokijnen kleinodiënschrijntje stond er halfgeopend naast. In de vier hoeken der kamer prijkten vier zwaar vergulde standerdkandelaars. Het vloertapijt was uit gloeiend rood en even gloeiendgroen geweven. De neteldoeken gordijnen waren met oranje en lichtblauwe zijde overplooid. Gelijk bij alle ijdele menschen, hingen ook in deze huiskamer aan den wand de levensgroote en zeer behaagzieke portretten van mijnheer en mevrouw; mijnheer in een almaviva met een sierlijken zwaai gedrapeerd, en een oogopslag als van een aangeblazen dichter; mevrouw, zeer laag gekleed, met een dik parelsnoer om den hals, een kanten plooisel om de japon en schitterende armbanden. Voor de sofa, waarop de schoone dochter van den huize was gezeten, lag een tijgervel met rood omzoomd; en de armstoel van mevrouw was zoo ruim en zoo gemakkelijk, dat ze er als in verzonk.” NRC Prof. Dr. H.W. van Os 25 november 1995

Betekenis en uitleg van magot

Een magot is een soort aap die vooral voorkomt op het eiland Gibraltar en in delen van Noord-Afrika. Deze dieren staan bekend om hun speelse gedrag en vaak tamme karakter, wat ze bijzonder populair maakt bij toeristen.

Het woord 'magot' wordt vaak gebruikt in de context van dieren in het wild, vooral wanneer men het heeft over apen die in een stedelijke omgeving leven. Magotten zijn sociaal en hebben een sterke hiërarchie binnen hun groepen, en hun interacties kunnen zowel vermakelijk als intrigerend zijn voor mensen die ze observeren. Bij het spreken over magotten, kan men ook verwijzen naar de uitdagingen van het samenleven met wilde dieren in toeristische gebieden.

Voorbeelden

  • Tijdens mijn vakantie in Gibraltar heb ik een magot gezien die op het dak van een auto zat.
  • De magotten in de stad zijn zo gewend aan mensen dat ze soms om eten bedelen.
  • Als je naar het natuurreservaat gaat, moet je voorzichtig zijn met je spullen; de magotten zijn berucht om het stelen van tassen.

Woordoorsprong

Het woord 'magot' heeft zijn oorsprong in het Frans, waar het verwijst naar een soort aap, en is mogelijk afgeleid van het Spaanse woord 'macaque', dat ook een aapsoort aanduidt.

Veelgestelde vragen over magot

Wat is de betekenis van magot?

magot betekent: Barbarijse apensoort levend o.a. op de rots van Gilbraltar

Hoeveel betekenissen heeft magot?

magot heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft magot?

magot is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van magot?

Synoniemen van magot zijn: berberaap, makaak, langstaartaap, halfaap, hondaap.

Hoe gebruik je magot in een zin?

Voorbeeld: ““De kamer waarin ik mij bevond leverde een schouwspel op van de weelderigste pracht, met de grootste achteloosheid gepaard. Overvloed van zwierige meubelen vervulde haar, welke allen het onhuiselijk aanzien hadden van splinternieuw te zijn. Een allersierlijkst pronktafeltje stond beladen met allerlei aardigheden en mooie beuzelingen, reukflesschen, handvuurschermen, magots, kinkhorens, sigaarbusjes en kostbare plaatwerken. Een zilveren pendule met een paar vazen van hetzelfde metaal rusten op een schoorsteenmantel van cararisch marmer, en op een trumeau onder een reusachtige spiegel daartegenover, zag men een groep van de schitterendste opgezette vogels met spitse bekken en lange staarten, die ooit levend of dood geschitterd hebben. Een marokijnen kleinodiënschrijntje stond er halfgeopend naast. In de vier hoeken der kamer prijkten vier zwaar vergulde standerdkandelaars. Het vloertapijt was uit gloeiend rood en even gloeiendgroen geweven. De neteldoeken gordijnen waren met oranje en lichtblauwe zijde overplooid. Gelijk bij alle ijdele menschen, hingen ook in deze huiskamer aan den wand de levensgroote en zeer behaagzieke portretten van mijnheer en mevrouw; mijnheer in een almaviva met een sierlijken zwaai gedrapeerd, en een oogopslag als van een aangeblazen dichter; mevrouw, zeer laag gekleed, met een dik parelsnoer om den hals, een kanten plooisel om de japon en schitterende armbanden. Voor de sofa, waarop de schoone dochter van den huize was gezeten, lag een tijgervel met rood omzoomd; en de armstoel van mevrouw was zoo ruim en zoo gemakkelijk, dat ze er als in verzonk.” NRC Prof. Dr. H.W. van Os 25 november 1995

Etymologie

*uit het Frans