mahonie
onzijdig (het)/maˈhoni/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort struik, (syn. Mahonia aquifolium)
- (materiaalkunde) kostbare houtsoort van hoge kwaliteit, afkomstig van de boomZonder Oscars vermogen, verworven met mahonie en ivoor, had Ingeborg dus nooit de vrouw kunnen worden van een eenvoudige Noorse ingenieur, zelfs niet wanneer hij opgeleid was aan de Technische Hochschule in Dresden.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘houtsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1784-1785
Vertalingen
Spaanscaoba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek