majesteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- glorieuze verhevenheidEn daar zetelt hij in majesteit.
- (adel) een vorst of vorstin waaraan als titel [1] wordt toegedichtBeide majesteiten namen plaats op hun zetels en daarmee begon de plechtigheid.
tussenwerpsel
- aanspreektitel van een koning of koninginWij zijn zeer verheugd u te kunnen begroeten, majesteit!
Etymologie
*afgeleid van het Franse majesté () [https://fr.wiktionary.org/wiki/majesté Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsmajesty
DuitsMajestät
Spaansmajestad
Portugeesmajestade
Russischвеличие
Deensmajestæt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek