majesteit

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. glorieuze verhevenheid
    En daar zetelt hij in majesteit.
  2. adel (adel) een vorst of vorstin waaraan als titel [1] wordt toegedicht
    Beide majesteiten namen plaats op hun zetels en daarmee begon de plechtigheid.
tussenwerpsel
  1. aanspreektitel van een koning of koningin
    Wij zijn zeer verheugd u te kunnen begroeten, majesteit!

Etymologie

*afgeleid van het Franse majesté () [https://fr.wiktionary.org/wiki/majesté Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsmajesty
DuitsMajestät
Spaansmajestad
Portugeesmajestade
Russischвеличие
Deensmajestæt