Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

majo

mannelijk (de)/ˈmajo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, geschiedenis (huishouden) (geschiedenis) (Nederland) noodkacheltje waarop in de Hongerwinter toch gekookt kon worden omdat het kon branden op klein gemaakte stukjes hout, in plaats van de schaars geworden brandstoffen
    Leiden is een niet al te grote stad; het UVS-terrein is dank zij de hongerwinter zijn overdekte tribune kwijt geraakt ("in de majo, meneer") (…)
  2. geschiedenis (geschiedenis) (Spanje, vooral 19e eeuw) benaming voor een jongeman uit de volksklasse die zich stoer gedraagt en veel aandacht besteed aan kleding en uiterlijk
    {{ouds

Etymologie

*[2] van "majo"