major

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de oudere (achter namen om verschillende mensen met dezelfde naam uit elkaar te houden)
  2. onderwijs (onderwijs) hoofdvak waarin iemand afstudeert
  3. bedrijfskunde (bedrijfskunde) bedrijf dat door zijn omvang binnen een bedrijfstak toonaangevend is
  4. logica (logica) hoofdterm, major-term

Etymologie

*[2],[3] van "major"