maki
mannelijk (de)/ˈmaki/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (primaten) halfaap uit de familie afkomstig van MadagascarVan de maki wisten ze overigens niet dat de moeder zwanger was – de groep halfapen die Blijdorp van de Apenheul had overgenomen, waren allemaal vrouwtjes.
Etymologie
*via "maki" van "maky", de inheemse naam voor de ringstaartmaki
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek