maki

mannelijk (de)/ˈmaki/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten) halfaap uit de familie afkomstig van Madagascar
    Van de maki wisten ze overigens niet dat de moeder zwanger was – de groep halfapen die Blijdorp van de Apenheul had overgenomen, waren allemaal vrouwtjes.

Etymologie

*via "maki" van "maky", de inheemse naam voor de ringstaartmaki